De geschiedenis van het ballonvaren en de zeppelin
 




 



   

Ballonnen waren de eerste succesvolle vliegmachines. De Franse broers Joseph en Etienne Montgolfier hadden een papierfabriek. In 1783 toonden ze onder andere aan de Franse koning en koningin hun zelfgemaakte papieren luchtballon. De ballon steeg op tot een hoogte van meer dan 500 meter. Hij had drie passagiers aan boord: een schaap, een haan en een eend. Na acht minuten en een vlucht van ongeveer vier kilometer kwamen de dieren weer veilig aan land. Twee maanden later gingen de gebroeders zelf de lucht in met een 23 meter grote luchtballon. De ballon bleef in de lucht door stro te verbranden in een ijzeren bak onder de ballon.

Terwijl de gebroeders Montgolfier hete lucht gebruikten, experimenteerden andere Fransen met een nieuw gas dat was gevonden; waterstofgas, dat lichter is dan lucht. In 1783 steeg de door Jacques Charles en de gebroeders Robert bemande ballon op. Hij was gevuld met waterstofgas en gemaakt van met rubber beklede zijde. Hij legde wel 50 km af. Vele ballonvaarders stapten nu over op waterstofgas, omdat de heteluchtballonnen nogal eens in de brand gingen.

In 1800 waren ballonvluchten een populaire attractie. Luchtreizen waren echter nog steeds onmogelijk. De franse generaal Meusner besefte dat bestuurbare ballonnen de vorm van een ei of worstje moest hebben, een door een motor aangedreven propellor en vorm moest behouden.

Zeppelin

's Werelds eerste luchtschip, bestuurd door Henri Giffard was van het type niet-stijf: ze behouden hun vorm door het gas dat er in zit in plaats van door een geraamte. Half stijve luchtschepen werden vooral gemaakt in Italie en Frankrijk, in de 20er jaren gebruikt om de zuidpool mee te onderzoeken. Duitsland werd bekend om zijn stijve luchtschepen die werden uitgevonden door graaf Zeppelin. Met een lengte van meer dan 200 meter waren ze de grootste vliegmachines ooit. Ze werden als enige gebruikt om passagiers over de Atlantische oceaan te voeren.

Tegenwoordig zie je bijna geen luchtschepen meer. Ze zijn groot en traag en erg gevoelig voor slecht weer. Bovendien zijn ze niet veilig omdat ze gevuld zijn met waterstofgas.

De zeppelin (genoemd naar graaf Ferdinand von Zeppelin) is een sigaarvormig luchtschip bestaande uit een stijf omhulsel dat is gevuld met een licht gas, meestal waterstof of helium. Hieronder hangt een cabine en een aantal motoren voorzien van propellers waardoor het zich actief kan verplaatsen. een zeppelin vliegt niet, maar drijft ls een ballon in de lucht.

Waterstof, dat aanvankelijk werd gebruikt als vulling, is extreem brandbaar. Later werd dit vervangen door helium dat onbrandbaar is. Helium heeft als nadeel dat het iets minder drijfvermogen levert en tamelijk kostbaar is.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zette het Duitse leger zeppelins in om Engeland (Londen en het omliggende land) te bombarderen. Omdat de Britse verdedigers al snel bedreven raakten in het in brand schieten van deze luchtschepen bleek dit geen groot succes.

Ten tijde van de eerste luchtschepen, in het begin van de 20e eeuw, ontstond er een uitgebreide dienstregeling van vluchten over de Atlantische Oceaan die echter aan populariteit inboette door de vele rampen met neerstortende en in brand vliegende luchtschepen. Toen op 7 mei 1939 de met waterstofgas gevulde zeppelin Hindenburg (LZ-129) tijdens de landing op Lakehurst (Bij New York, Verenigde Staten) in brand vloog, waarbij 36 mensen omkwamen waaronder kapitein Lehmann, besloot men de overgebleven schepen uit de vaart te nemen en de productie stop te zetten